Positiespel

Doelgroep:  3de graad BaO en 1ste graad SO

Groepsgrootte: Klasgroep

Duur: 15 à 20 minuten

Leerplandoelen:

  • BaO: Sluit aan bij de ontwikkelvelden
  • SO: Sluit aan bij het gemeenschappelijk funderend leerplan

Materiaal:

Blad papier met stellingen (zie ook bijlage voor andere stellingen):

  • Ik vind het belangrijk dat kinderen elkaar niet pesten (respect).
  • Ik vind het fijn om eens een compliment van iemand te krijgen (vriendelijkheid)
  • Ik vind dat je altijd naar de juf of meester moet luisteren, ook al heeft ze/hij ongelijk (rechtvaardigheid)
  • Ik vind dat je fouten mag maken (mildheid)
  • Ik vind het belangrijk dat we in de klas op een rustige manier kunnen werken (rust/stilte)
  • Ik vind het belangrijk dat elke leerling in onze klas zijn/haar mening mag zeggen (respect).
  • Ik vind dat je niet slecht mag praten achter iemand zijn rug (respect)
  • Als ik zie dat er iemand gepest wordt, durf ik voor deze persoon op te komen 
  • Ik vind het moeilijk om "nee" te zeggen tegen een vriend als ik iets niet wil doen.
  • Als iemand een andere mening heeft dan ikzelf, vind ik dat oké.
  • Ik vind het fijn om met de klas samen te spelen op de speelplaats
  • Ik vind het gemakkelijk om samen te spelen met de klas.

Doelstellingen:

  • Leren eigen mening vormen en aanpassen
  • Leren reflecteren
  • Zicht krijgen op de waarden en normen in de klas

Methodiek/oefening:

Ga met de leerlingen naar een open ruimte. Zorg voor een centraal punt in de open ruimte(bv. een paal, stoel…) waar de leerlingen kunnen rond bewegen. Baken de grenzen van de bewegingsruimte duidelijk af.
Vraag aan de leerlingen om in een cirkel rond de centrale plaats te gaan staan. Leg uit dat je een stelling zal voorleggen.
Als de leerlingen het eens zijn met de stelling, blijven ze in de buurt van het centrale punt. Als ze het niet eens zijn, dan stappen ze weg van de centrale plek. Bepaal samen het aantal stappen tot 'helemaal oneens'.
Na elke uitspraak zoek je samen met de leerlingen naar het waarom. Laat na elke stelling de leerlingen met eenzelfde positie samen zoeken naar argumenten.
Tip: geef ook mee dat de leerlingen van mening/positie mogen veranderen op basis van wat gezegd wordt. Dat gebeurt ook in het echte leven: je luistert naar wat anderen je vertellen, je weegt dit af tegen je eigen waardenkompas en je stelt je idee bij op basis van die nieuwe inzichten.

Vervolg:

  • Hoe zit het met deze waarde in de klas? Lukt het om je aan deze waarde te houden? Wat doe je als het niet lukt?
  • Hoe gaan we hier al mee om?
  • Wisten jullie dit van mekaar?
  • Hoe zouden we hieraan kunnen werken?
  • Welke talenten zouden we kunnen gebruiken om verder te groeien hierin?

Nabespreking:

Iedereen groeit op met bepaalde waarden en normen. Dit kan heel erg verschillend zijn voor iedereen, maar het kan ook zijn dat jullie dezelfde waarden en normen dragen zonder dit van elkaar te weten. Het is belangrijk dat we respect hebben voor elkaars waarden en normen. Iedereen heeft zijn waarden en normen (individueel) maar ook als groep.