Luisteren kan je leren

Doelgroep: 3de graad BaO

Groepsgrootte: Klas

Duur: Variabel

Leerplandoelen:

  • BaO: Sluit aan bij de ontwikkelvelden

Materiaal: Geen materiaal nodig

Doelstellingen:

  • De leerlingen oefenen hun luistervaardigheid.
  • De leerlingen bekomen een focus en zijn alert.

Methodiek/oefening:

Aan de hand van volgende oefeningen kan je de luistervaardigheden van je leerlingen

versterken.


Oefening a 'luisteren naar omgevingsgeluiden':

De leerlingen zitten of liggen met gesloten ogen.

De leerkracht vraagt hen heel stil te zijn en zich te concentreren op de geluiden in hun

onmiddellijke omgeving. Na een minuut vraagt de leerkracht een opsomming te geven van wat ze hoorden.

Variant:

Zelfde oefening, maar de leerkracht maakt zelf geluiden;

  • Klappen met de handen
  • Met de voeten stampen
  • Op het raam tikken
  • Papier verfrommelen


Oefening b 'reageren op een geluid':

De leerlingen zitten in een kring.

Een van de leerlingen gaat in het midden van de kring staan en sluit de

ogen.

De andere leerlingen mogen op een stoel gaan staan, hurken, gewoon recht

staan ... . Om de beurt maken de leerlingen een geluid of zeggen ze een zin.

De leerling met de gesloten ogen wijst in de richting van diegene die het geluid

maakte.

Hij loopt er vervolgens naar toe en duidt intussen met zijn handen en armen ook

de hoogte aan vanwaar het geluid werd gemaakt.

Als de leerling vlak bij de geluidsbron is en de hoogte klopt, begint een andere

leerling met het maken van een geluid.


Oefening c 'stemmen herkennen':

Een leerling zit afgewend van de anderen.

De andere leerlingen zitten in de ruimte, vlak bij elkaar.

De leerkracht duidt een leerling aan en houdt hem een zin voor.

Deze zin dient op een neutrale manier te worden gezegd.

De afgewende leerling zegt wie van de andere leerlingen gesproken heeft.

Oefening d 'zin doorfluisteren':

De leerlingen staan op een rij en fluisteren een zin door.

De laatste leerling zegt luidop wat hij verstaan heeft.

Deze zin wordt vergeleken met de oorspronkelijke zin.


Nabespreking:

Waarom doen we deze oefeningen?

Wie heeft al wel eens het gevoel gehad dat er niemand naar hem/haar luisterde? Hoe

was dit voor je? Bv. je wil iets tegen je ouders zeggen en ze zeggen steeds 'wacht

even of hmm'.

Hoe kan je goed luisteren naar elkaar?

Kunnen we hier afspraken rond maken in de klas? 

Bijvoorbeeld:

  • Ik luister naar anderen.
  • Ik laat anderen uitpraten.
  • Ik mag vragen stellen als de ander klaar is met praten.
  • We praten niet door elkaar.

Hoe kunnen we elkaar hier aan helpen herinneren?