Klasveer

Doelgroep: BaO en SO

Groepsgrootte: Klasgroep

Duur: 30 à 50 minuten

Leerplandoelen:

  • BaO: Sluit aan bij de ontwikkelvelden
  • SO: Sluit aan bij het gemeenschappelijk funderend leerplan

Materiaal:

  • Schrijfmateriaal
  • 2 tot 4 A3/A4 bladen (afhankelijk van de grootte van de klas)
  • 10 papieren met elk een cijfer van 1-10

Doelstellingen:

  • Leerlingen leren kritisch nadenken over de veerkracht van de klas.
  • Leerlingen horen wat er goed loopt in de klas.
  • Leerlingen krijgen zicht op wat er minder goed loopt in de klas en wat werkpunten zijn.
  • Leerlingen werken doelstellingen uit om tijdens het schooljaar aan te werken.
  • Leerlingen leren acties koppelen aan hun doelstellingen.
  • Vooropgestelde doelstellingen worden geëvalueerd (klassikaal).

Methodiek/oefening:

Deel 1: inschatting klasveer:

Er liggen cijfers tussen 1 en 10 verspreid over het klaslokaal. De leerlingen mogen bij het cijfer gaan staan dat het meest aansluit bij hoe ze de klasveer op dit moment inschatten/aanvoelen (1= sterk onvoldoende, 10 = ideale klas). Ze doen dit individueel.
Als iedereen bij een cijfer is gaan staan, is het belangrijk om dit te bespreken:

  • Wat valt jullie op?
  • Ik zie dat er veel leerlingen staan bij…
  • Het valt op dat er vooral op de cijfers ... en ... leerlingen staan. Hoe zou dit komen?
  • Wilt iemand hier zelf iets over kwijt?

Deel 2: zicht krijgen op de krachten en werkpunten van de groep:

Verdeel de leerlingen in groepjes (2-4 groepjes, afhankelijk van de grootte van de klas).
Elk groepje krijgt een A3/A4 papier en vult steekwoorden in:

Groep(en) 1:

  • Wat doen we al goed als klasgroep? Wat willen we behouden? Wanneer gaan we positief om met elkaar? Wanneer zijn we er voor elkaar? Hoe doen we dit?...
  • Voor deze opdracht is het belangrijk om geen structurele zaken aan te halen zoals vakken op school, toetsen, een schoolstructuur,... Denk liever aan zaken waar je wel invloed op hebt.

Groep(en) 2:

  • Wat kunnen we beter doen als klasgroep? Wat zijn nog werkpunten? Wat zou ervoor zorgen dat iedereen bij de schaalvraag 1 cijfer hoger kan scoren? (bv. complimenten geven aan elkaar, groepsactiviteit als klas doen, geen groepjesvorming, elkaar niet uitlachen…).
  • Welke concrete acties kunnen hieruit volgen om dit te bereiken?

De papieren worden na 5-10 minuten gewisseld zodat elk groepje over beide vragen kan nadenken.

Alternatief bij beperkt gevoel van veiligheid in de klas:

Leerlingen schrijven op een papiertje wat er goed gaat in de klas en maken hier een propje van. Deze propjes worden verzameld. Daarna wordt er op een papiertje geschreven wat er beter kan in de klas, wat de werkpunten zijn. Ook hier wordt een propje van gemaakt. Nadien worden zowel de kwaliteiten als werkpunten klassikaal besproken.

Nabespreking:

  • Bespreek de positieve zaken van de klas en complimenteer de leerlingen hierover. Is iedereen hiermee akkoord? Zijn er dingen waar niet iedereen zich in kan vinden?
  • Bespreek de werkpunten van de klas. Wie wil hier wat meer over vertellen? Hoe ziet dit er concreet uit? Probeer voorbeelden te formuleren, zonder dat er namen genoemd worden.
  • Bespreek concrete acties die kunnen volgen uit de werkpunten. Wat kunnen we doen om aan deze werkpunten te werken?
  • Extra: laat de leerlingen 1 voor 1 een persoonlijk werkpunt opnoemen. Hoe zou jij persoonlijk jouw steentje kunnen bijdragen aan een aangenamere klassfeer? Wat kan je meer doen van hetgeen je al deed? Wat kan je veranderen? Noem 1 zaak op waar jij de komende weken aan gaat werken. Zo maak je het heel concreet en persoonlijk. Iedereen draagt bij tot een goede klassfeer. Belangrijk dat iedereen zich hierin kan vinden en zich hiervoor wil engageren. Bevraag dit zeker.