De zon schijnt voor iedereen

Doelgroep: Basisonderwijs en Secundair onderwijs


Groepsgrootte
: 10-30 leerlingen

Duur: 15 à 30 minuten

Leerplandoelen:

  • BaO: Sluit aan bij de ontwikkelvelden
  • SO: Sluit aan bij het gemeenschappelijk funderend leerplan

Materiaal:

  • Stoelen in kring plaatsen (1 minder dan het totaal aantal leerlingen)
  • Voorbeeld stellingen

Doelstellingen:

  • Kennismaking.
  • Gemeenschappelijkheden en verschillen in de groep ontdekken.
  • Verbinding creëren: om een goede klassfeer te bekomen, is het belangrijk om zicht te krijgen op de klasgroep en wat de leerlingen met elkaar verbindt.
  • Iedereen is verschillend maar samen kunnen de leerlingen een mooi geheel vormen. 

Methodiek/oefening:

  • Iedereen zit in een kring op een stoel.
  • Eén leerling staat in het midden (er is dus 1 stoel tekort). Deze leerling zegt een stelling voorafgaand met 'de zon schijnt voor iedereen die...'
    vb. De zon schijnt voor iedereen die... een kat heeft
    vb. De zon schijnt voor iedereen die... zijn huisdier knuffelt wanneer hij verdrietig is
  • De leerlingen, voor wie de stelling van toepassing is, staan recht en verplaatsen zich naar een andere stoel. De leerling in het midden loopt ook naar een vrije stoel en gaat zitten.
    vb. iedereen die ook een kat heeft loopt naar een andere stoel
    vb. iedereen die ook z'n huisdier knuffelt als hij/zij verdrietig is loopt naar een andere stoel
  • Nadien blijft een andere leerling in het midden over en deze zegt opnieuw een stelling waarna de ronde zich herhaalt.

Voorbeelden stellingen:

  • ...een kat heeft
  • ...graag pizza eet
  • ...zich soms wel eens verdrietig voelt
  • ...niet graag spruitjes eet
  • ...linkshandig is
  • ...het soms fijn vindt om alleen te zijn
  • ...ergens heel erg goed in is
  • ...eens piekert
  • ...het in de klas soms moeilijk vindt om op te letten
  • ...tijdens een ruzie wel eens heel boos kan worden
  • ...

Aandachtspunt: waak over een goede variatie aan onderwerpen en over voldoende diepgang.  


Nabespreking:

Wat valt jullie op? (er zijn veel gelijkenissen, maar ook veel verschillen)

  • Hoe voelde het als je in het midden moest gaan staan omdat iedereen al een plekje had?
  • Heb je dingen geleerd van elkaar dat je nog niet wist?
  • Hoe voelde het als je als enige bleef zitten of als enige moest opstaan?

Bron

www.klassenkracht.nl