De blobboom

Doelgroep: 3de graad BaO

Groepsgrootte: klasgroep

Duur: 1 lesuur

Leerplandoelen:

  • BaO: Sluit aan bij de ontwikkelvelden

Materiaal:

  • Kopieën van de reflectieboom voor elke leerling
  • Kleurtjes

Doelstellingen:

De leerlingen reflecteren over hun gevoelens, de samenwerking met medeleerlingen en
hun plaats in de groep. 

Methodiek/oefening:

De eerste keer de blobboom gebruiken in de klas:
Geef de volgende uitleg aan de leerlingen: de blobboom is de boom waar de 'Blobs' in wonen. Een gek volkje, zonder geslacht of kleur, maar met duidelijke emoties. Elke blob zit op een bepaalde plek in een boom: boven in de top of onderaan bengelend, alleen of naast een partner, kijkend naar de anderen van op het gras onder de boom of druk bezig...

Bekijk samen de Blobs in de boom:

  • Welke Blob valt je op?
  • Welke Blob is blij/bedroefd/bang/...? Hoe zie je dat?
  • Welke Blob zit alleen/met twee? Hoe zou blob X zich voelen?
  • Wie staat bovenaan de boom? Onderaan de boom? Uit de boom? Waarom zou dat zijn? Wat zou dat betekenen?

"Eigenlijk kunnen we de klas vergelijken met de blobboom. En de Blobs, dat zijn wij. In
onze klas kan je ook verschillende emoties ervaren (boos, bang, blij...). Misschien zijn er dagen dat je
boven in de boom staat te lachen. Af en toe wil je misschien liever alleen zijn."

  • Wanneer zit je hoog in de boom?
  • Wanneer bengel je aan een tak?
  • Waarom ben je soms bang/ boos/... in de klas?
  • Kunnen de anderen jou dan helpen? Op welke manier?

Nadien kun je de blobboom inzetten op eender welk moment van de dag
wanneer de leerlingen in kleine of grote groep hebben gespeeld of gewerkt.

  • De leerlingen gaan aan de slag met de prent van de blobboom om te reflecteren over hun samenwerking, plaats in de groep en gevoelens.

Plaats jezelf (of een ander) in de boom

  • De leerlingen denken na over welke plek zij in de boom innemen. Ze kleuren deze Blob. Leerlingen kunnen ook benoemen welke plek een medeleerling in de boom inneemt, bijvoorbeeld tijdens een samenwerking in duo. Ze noteren de naam van deze leerling in de Blob.

Bespreken van de boom: (in groep of individueel)

  • Waar zit jij in de boom? Bovenaan? Onderaan?
  • Waarom?
  • Waar zit of staat de Blob? Welke positie neemt hij in de groep in? Is dit ook jouw positie? Ben jij een leider? Een volger? Bied je hulp aan anderen of aanvaard je hulp?
  • Hoe komt het dat je deze positie inneemt?
  • Wat vertelt dit over de samenwerking met anderen?
  • Hoe kijkt de Blob op deze positie? Hoe zou hij zich voelen? Voel jij je ook zo?
  • Hoe komt het dat je je zo voelt?

Plaats jezelf (of een ander) waar je zou willen zijn in de boom

De leerlingen denken na over de plek die ze graag zouden willen innemen in de
boom. Je bespreekt in groep of individueel met de leerling(en):

  • Waarom zou je deze plaats (in de boom, in de groep) willen innemen?
  • Is deze plaats ver verwijderd van waar je nu zit?
  • Kan je gemakkelijk op deze plaats komen?
  • Wie of wat kan je hiermee helpen?
  • Hoe kan jij ervoor zorgen dat iedereen in de boom zit?
  • Hoe staan alle leerlingen van de klas ideaal gezien in de boom? Welke positie neemt iedereen in om goed te kunnen samenwerken.

Nabespreking:

Evalueer de acties die de leerlingen voor zichzelf gesteld hebben i.f.v. wie ze zouden
willen zijn in de boom. Geef feedback over wat je gezien hebt in de klas, wat er
veranderd is…. Leer leerlingen feedback geven door de ik-vorm te gebruiken. 

Bron

www.blobtree.com/www.klascement.be